Het meest onderschatte aspect van tepelklemmen is dat niet alle klemmen hetzelfde aanvoelen, zelfs niet bij vergelijkbare klemkracht. De architectuur van de klem, de geometrie van de kaken, het type veer en het contactoppervlak, bepalen fundamenteel welk sensorisch profiel de klem geeft. Wie dat begrijpt, kiest niet op basis van uiterlijk maar op basis van de gewenste stimulatiekwaliteit.
De klassieke alligatorklem, vernoemd naar de getande kaken die lijken op een aligatorbek, heeft een geribbeld of getand contactoppervlak. Die ribbels verdelen de klemkracht niet gelijkmatig over het tepelweefsel maar concentreren hem in smalle drukpunten. Dat geeft een scherper, gerichter pijnprofiel dan een klem met gladde kaken. Alligatorklemmen zijn daardoor meer geschikt voor gebruikers die al ervaring hebben met tepelklemmen en bewust kiezen voor een intensere, puntbelaste sensatie.
Tweezer-klemmen, ook wel bulldog- of pincet-klemmen genoemd, hebben twee gladde parallelle kaken die het tepelweefsel tussen een breed, egaal vlak klemmen. Het contactoppervlak is groter dan bij alligatorklemmen, wat de druk over meer tepelweefsel verdeelt. Dat geeft een zachter, diffuser drukkgevoel bij gelijke veerkracht. Tweezer-klemmen zijn daardoor geschikter voor beginners omdat de pijkprikkel minder geconcentreerd is.
Schroefklemmen hebben geen veer maar een schroefmechanisme dat de kaakopening stap voor stap verkleint. De schroef volgt het principe van mechanische overbrengingsverhouding: een kleine schroefrotatie resulteert in een kleine maar nauwkeurig beheersbare kaakbeweging. Dat geeft de gebruiker de fijnste controle over de klemkracht van alle klemtypen. Bij schroefklemmen kun je de spanning verhogen terwijl de klem al aangebracht is, wat bij veerdrukklemmen niet mogelijk is zonder de klem volledig te herplaatsen.
De veerkracht van een klem bepaalt de basisdruk die de klem uitoefent bij volledig gesloten positie. Een stijvere veer geeft een hogere gronddruk die minder afhankelijk is van de tepeldiameter. Bij verstelbare klemmen bepaalt de instelstand de effectieve veerkracht bij de actuele kaakopening. Een bredere kaakopening bij dikkere tepels geeft bij dezelfde veer een lagere effectieve klemkracht, een smaller ingestelde kaakopening geeft een hogere. Dat is de reden waarom tepeldiameter en kleminstelling altijd samen worden beoordeeld.
Tepelklemmen met ketting verbinden twee klemmen via een metalen ketting die bij beweging van de gebruiker of partner een lichte trekkracht op beide klemmen uitoefent. Die dynamische trekkracht is een additionele stimulus bovenop de statische klemkracht en geeft een sensorisch profiel dat uniek is voor ketingmodellen: een combinatie van continue statische druk en intermitterende dynamische trekkracht bij elke beweging.